De afgelopen maanden heb ik mij bevoorrecht gevoeld dat ik, in tegenstelling tot de meesten van jullie, zo vaak in de kerkzaal van de Regenboogkerk mocht zijn. En ik weet dat dat ook gold voor de musici, de ambtsdragers, de beeld- en geluidmensen en de kosters. We moesten in de kerkzaal zijn om diensten te verzorgen, maar we ervoeren het als een mogen. Want ook zonder de fysieke aanwezigheid van een vierende gemeente is de kerkzaal een bijzondere plek. Het is een ruimte die je stil maakt, waar een sfeer van eerbied hangt, waar het licht op een bijzondere wijze binnenvalt, waar je werkelijk in de ruimte wordt gezet. Ik ervaar de kerkzaal echt als een huis van God, dat in heiligheid niet onder doet voor grootse kathedralen of eeuwenoude kapelletjes.

Gelukkig is de Regenboogkerk nu al een paar weken op zaterdagochtenden open voor iedereen die ook graag even in de kerkzaal wil zijn om stil te worden, een kaarsje te branden of een voorbede op te schrijven.

Over de liefde voor het huis van God en het verlangen om daar te mogen zijn gaat Psalm 84: ‘Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer, het huis waar Gij uw naam en eer hebt laten wonen bij de mensen.’ (Psalmberijming 1968). Als gemeente zijn we de laatste jaren ook vertrouwd geraakt met een nieuwere versie van Psalm 84, van het project Psalmen voor Nu: ‘Wat hou ik van uw huis.’ En nu is er onlangs een nóg nieuwere vertaling verschenen, van alle 150 psalmen, op de melodieën van het Geneefse Psalter. De eerste twee coupletten van Psalm 84 luiden in die nieuwe berijming als volgt:

Hoe lief heb ik uw woning, Heer!
Verlangend vraag ik telkens weer
daar uw nabijheid te ervaren.
In de beschutting van uw huis
zijn zelfs de mus en zwaluw thuis:
zij nestelen bij uw altaren.
Gelukkig wie daar dag aan dag
bij U woont en U prijzen mag.
Gelukkig wie gesterkt in U
als pelgrims door het hier en nu
blijven verlangen naar uw wegen.
Zij weten wie hen helpen zal:
zelfs in het uitgedroogde dal
daalt zegen op hen neer als regen.
Verfrist mogen zij verder gaan;
straks komen zij in Sion aan.

We gaan het zingen, als we weer in grotere getale naar de kerk mogen komen!
Heleen Weimar