In het gesprek van Jezus met een rijke jongen (lees Matteüs 19:16-26; de dienst op 12 juli ging hierover) horen we een echo van Psalm 23.
De jongen die bij Jezus kwam was bijzonder rijk. Hij bezat veel, heel veel. En toch miste hij iets. Niet dat hij een platte materialist was die diepgang ontbeerde of iets transcendents. Want hij probeerde goed te leven, rekening te houden met anderen, de wil van God te doen. En toch ontbrak het hem aan iets. Zoals in Psalm 23, maar dan omgekeerd: “De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.”

Die rijke jongen ontbreekt wel iets. Iets van eeuwigheidswaarde. En daarom komt hij met zijn gemis bij Jezus en vraagt: “Wat ontbreekt mij?” Jezus geeft hem dan de raad om alles op te geven wat hij bezit, Jezus te volgen en te gaan leven als de vogels in de lucht, de leliën op het veld en het schaap in Psalm 23. “Zoek eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid, en de rest zal je gegeven worden (Matteüs 6,33). Het zal je aan niets ontbreken.”

De eerste regel van Psalm 23 kan ook anders worden vertaald, namelijk zo: “De Heer is mijn herder, ik zal niet ontbreken.” Wat een verrassende betekeniswending! Nu gaat het niet over niets missen, maar over zelf niet worden gemist. De Heer is mijn herder, dus ik zal niet ontbreken in de kudde. Ik zal niet verloren lopen, zodat de herder mij moet gaan zoeken en de rest van de schapen onbewaakt achter moet laten. De Heer is mijn herder, die mij in het oog houdt zodat ik niet achterop raak in mijn eentje, niet ontbreken zal in de kudde. In een tijd van coronamaatregelen en grote beperkingen spreekt deze vertaling ‘ik zal niet ontbreken’ mij zeer aan. We zitten op zondagochtend in ons eentje naar een scherm te kijken, we kunnen elkaar niet ontmoeten zoals we zouden willen, we dreigen elkaar uit het oog te verliezen, we missen direct contact van aangezicht tot aangezicht. Maar God is onze herder. Gods Geest houdt ons bij elkaar, zoals een herdershond die rondjes om de kudde rent. God helpt ons om verbondenheid te blijven voelen en daar invulling aan te geven. God komt ons te hulp in onze pogingen om elkaar in het oog te blijven houden. De Éne is onze herder. We zullen niet ontbreken.

Heleen Weimar

Afbeelding: Mozaïek San Clemente, de herder