Het moment van de Hemelvaart van Christus op de veertigste dag na Pasen betekent op weg naar Pinksteren (de vijftigste dag) een beslissende geestelijke stap. Het gaat om een radicale verandering van blikrichting, van houding, een omslag waarbij treuren plaats maakt voor verwachting en uitzien naar wat God gaat doen, ja wat jij kan doen in het kader van Gods Koninkrijk. Er komt ruimte om in alle kwetsbaarheid te leven!

Hemelvaart is dus geen historische beschrijving van een gebeurtenis. Waar zou de opstijgende Christus in de letterlijke zin van het woord heen moeten? Hij heeft geen plaats tussen de sterren. Zijn plaats is aan de rechterhand van God. Lucas beschrijft dit op de wijze van de Hemelvaart. Mattheus accentueert juist dat Jezus met zijn leerlingen is ‘tot aan de voltooiing van deze wereld.’

Wij zouden de opstanding verkeerd verstaan als wij steeds aan een aan de aarde gebonden lichamelijke Jezus bleven denken. ‘Galileërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken?’ Mannen in witte gewaden stellen de vraag. Vragenstellers op dit niveau zijn engelen.

Jezus leeft! Maar dat is geen ondermijning van de waarde van ons verstand. Het is geen ondergraving van de waarde van onze daden. Integendeel.

Jezus is aanwezig te midden van mensen, in mensen die ons aankijken en iets van ons verwachten. En God is aanwezig in de kwaliteit van het Koninkrijk dat iedere keer gebeurt wanneer iemand daarmee de wereld ingaat, ook jij kunt dat, en ik.

Jurjen Zeilstra