Er wordt in deze coronacrisis een groot beroep gedaan op ons gevoel van solidariteit.
Ter bescherming van een relatief kleine groep in de samenleving: ouderen, mensen met een kwetsbare gezondheid en medewerkers in de zorg, houdt de héle samenleving strenge regels in acht. We houden anderhalve meter afstand, werken zoveel mogelijk thuis en komen niet in groepen bij elkaar voor gezellige, religieuze of culturele evenementen.

Solidariteit
Na ruim vier weken rijst de vraag: hoe lang gaan we dit volhouden? (Nog afgezien van de vraag hoe lang we dit móeten volhouden). Hoe stevig is onze solidariteit? En als we dreigen te verslappen, wat kan dan helpen? Kan ons geloof ons motiveren tot langdurige solidariteit?

Eerst maar de vraag wat solidariteit nu precies inhoudt. Volgens Van Dale is solidariteit: het bewustzijn van saamhorigheid en de bereidheid om de consequenties daar van te dragen. Volgens Bernard Rootmensen in zijn boek Veertig woorden in de woestijn is solidariteit: saamhorigheid metterdaad en in trouw. Een mooi neologisme dat ik als synoniem voor solidariteit tegenkwam: samenredzaamheid.
Solidariteit komt van het Latijnse werkwoord solidare, dat ‘stevig maken’ betekent. Het verband tussen de leden van een groep wordt stevig gemaakt en daarmee de positie van ieder lid van de groep.

Solidariteit komt niet alleen onder mensen voor, ook bij dieren.
Als een kudde bizons wordt aangevallen door wolven, slaan de bizons niet individueel op de vlucht, maar handhaven ze instinctmatig een gesloten formatie alsof ze beseffen dat ze door een dichte massa te vormen, individueel en collectief zich het beste teweer kunnen stellen. Op deze manier sluiten wij de gelederen (nou ja, met anderhalve meter afstand) nu we ons teweer stellen tegen de aanval van het coronavirus.

Gulden regel
Er is in de Bijbel geen rechtstreeks equivalent te vinden van het begrip solidariteit, terwijl het in de Bijbel toch een bijzonder belangrijk principe is. Denk bijvoorbeeld aan “Als één lid lijdt, lijden alle leden mee” (1 Korintiërs 12,26). Wat er nog het dichtst bij in de buurt komt, is het begrip naastenliefde: je naaste liefhebben als jezelf (Lucas 10,27). Aan het einde van de Bergrede, waar het ook over de liefde voor de naaste gaat, zegt Jezus: “Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen” (Matteüs 7,12).
Als we deze woorden van Jezus, deze gulden regel, blijven gedenken en steeds voor ogen houden, dan houden we het ongetwijfeld nog een tijd vol om solidair te zijn. Niet onder dwang van boetes, maar vanuit de intrinsieke motivatie dat we ieder díe bescherming en behandeling gunnen die we zelf ook zouden wensen.

ds. Heleen Weimar