Ik ben een jachtig mens. Ik ben er niet trots op, maar het is wel waar: ik heb altijd haast.

Dat begint al met opstaan. Dat voltrekt zich in een vaste volgorde, zodat ik niet onnodig tijd verlies. Daarna gun ik mijzelf elke dag weer weinig tijd voor ontbijt en krant.
Op mijn studeerkamer aangekomen moet ik mijzelf vervolgens herinneren aan mijn stille tijd. Lezen, een lied, gebed. Een hoofdstuk studeren van het een of ander. Vanzelf gaat dat niet, want in mijn hoofd zit iets anders.
De mail beantwoorden, dan is dat maar klaar. Als er geen corona is, ga ik daarna op pad. Een afspraak, een predikant, een vergadering.

Ik zal u besparen wat er in mijn auto gebeurt als er zes stoplichten achter elkaar op rood staan. Maar geloof me: u wilt er niet bij zijn. Gejaagdheid en gemopper zijn innig bevriend. ‘Maak plaats, maak plaats, maak plaats.
Wij hebben ongelofelijke haast.’ Bijna elke dag is te vol gepropt. En dan moet het ergste nog komen.
Want ’s avonds laat, op de bank, als alles gedaan is, heb ik te weinig aandacht voor de liefde van mijn leven.
Om tijd gaat het nu niet meer, maar mijn hoofd zit vol. Met morgen alvast. Met mail, bezoeken en vergaderingen. ‘Wij moeten rennen, vliegen, vallen, opstaan en weer doorgaan.’
En toen kwam corona. Lang had ik niet door wat er gebeurde. Ik zat vooral vol verzet om wat er allemaal niet meer kon. Maar langzaam, tergend langzaam komt het besef. Dat corona vertraagt. Dat corona me soms bijna stilzet. Dat ik minder hoef, omdat ik veel niet meer kan. Nog langzamer komt het besef dat je daar zelfs van kunt genieten.

De onvergetelijke Simon Carmiggelt beschreef eens hoe hij wachtte op de bus: ‘Ik hou van wachten. Je doet iets en toch niets.’ Jaloersmakend vind ik dat.

En dát zou ik dus graag van corona willen leren. Vertragen. Rust. Aandachtiger leven. En wachten dus. Garanties durf ik niet te geven, ik ken mezelf. Maar in de kerk weten wij beter dan wie ook dat er uit iets lelijks iets heel moois kan voortkomen. We hebben net Pasen gevierd. Lijden wordt opstanding. Een kruis wordt een open graf. Dood wordt leven. En zo kan er uit zoiets lelijks als corona voor mij ook iets goeds voortkomen. Vertraging. Aandacht. Leven. Misschien kan ik ooit zelfs leren zeggen: “Ik hou van wachten”

Peter Verhoeff, classispredikant van Noord-Holland